Wildgroei nr3 - januari 2012 - wildgroei@hotmail.com
download PDF (1015.1 kibibytes)
't Is crisis begod
'Hou je vast aan de takken van de bomen. Het is crisis. Het gaat slecht met de economie en we gaan er met z'n allen alles aan moeten doen om ze nieuw leven in te blazen. De werkende mens zal het geweten hebben; de tijden van weelde en overvloed zijn voorbij. De doppers zullen het mogen voelen; het profiteren zal niet langer getolereerd worden. De staat zal hard en doortastend moeten zijn in haar maatregelen om de toekomst van het systeem en haar burgers te verzekeren. Klaag niet! Mor niet en stel nu geen vragen, nu deze tijden van verandering eisen dat we allemaal onze verantwoordelijkheid opnemen'.
Dit is het verhaal dat we dagelijks ingepeperd krijgen in een notendop. Er schuilt zoveel stompzinnige waanzin achter deze enkele regels dat, als we de hele heisa rond de economische crisis even onder de loep willen nemen, het bijzonder moeilijk lijkt waar te beginnen. Maar laten we onszelf niet verliezen tussen de analyses van de kravatten of de gespierde one-liners van de politici, en beginnen bij het begin.
Een crisis, zegt ons de woordenboek, is een periode waarin iets heel erg slecht is. Overal wordt er gedaan alsof de crisis een uitschuivertje is van het systeem, een tijdelijk ongemak dat we in de toekomst kunnen vermijden als we maar hard genoeg ons best doen. Maar voor vele onder ons zouden we kunnen zeggen dat kapitalisme gewoonweg een synoniem is van crisis. Een nooit ophoudende periode waarin het slecht gaat. Armoede, uitbuiting, milieuvervuiling, ellende. Allemaal dingen die een logisch gevolg zijn van een samenleving die de economie heilig verklaart en waarin alles en iedereen vastgeketend wordt aan geld. En op de momenten waarop de machine sputtert wordt er langs alle kanten ingegrepen om ze op snelheid te houden. Herstructureringen, afvloeiingen, langer werken, minder pensioen. Crisis. Een moment waarop misschien weer wat meer mensen aan de lijve ondervinden dat deze maatschappij rijken en armen nodig heeft, en beseffen dat het voor deze laatste het hele jaar door crisis is.
Maar wat een geluk dat de staat er is. Man toch, wat zouden we doen zonder de staat. Redder in nood, rots in de branding. Op zulke momenten wordt het weer eens griezelig duidelijk hoe hard de staat en de wereld van het geld hand in hand gaan, elkaar nodig hebben en versterken. Wanneer het met de economie wat slechter gaat is de staat er om de nodige maatregelen in te voeren om ze er weer bovenop te helpen. Wanneer de mensen ontdekken dat wanneer het slecht gaat met de economie dat ook op hun hoofd terechtkomt, en vervolgens staan gapen naar de staat om een uitweg uit te stippelen, wordt ook deze sterker. Wint deze aan geloofwaardigheid, aan reden van bestaan, aan macht. En oooh daar geniet ze van. Het is bovendien een interessante tijd om beleidsmaker te zijn. Maatregelen met enig gewicht die ze vroeg of laat toch eens wouden doorgevoerd krijgen, maar misschien niet meteen de zegen van de publieke opinie zouden krijgen, worden nu door velen aanvaard als bijna evidente ingrepen die nodig zijn om nog grotere rampen te vermijden. En hopla, we zitten ermee. Verhoging van de pensioenleeftijd, verlaging van de lonen, minder uitkeringen, en zo voort. De mensen knikken begrijpend, de politiek en bedrijven wrijven zich in de handen.
Maar ok, zo zijn zij nu eenmaal, van hen hadden we weinig anders verwacht. Wat mij pas echt onnoemelijk hard stoort is de altijd wederkerende speech over verantwoordelijkheid. En deze komt lang niet alleen uit de monden van politici of economen. Nee, nee, blijkbaar vindt een aanzienlijk deel van onze medemensen dat we allemaal moeten inleveren en dat normaal vinden, omdat dat onze verantwoordelijkheid zou zijn. Erger nog, 'zij die gaan staken om wat schamele rechten of broodkruimels van de bazen te behouden zouden zich moeten schamen, de dwarsliggers. Ze zouden beter hun verantwoordelijkheid opnemen en zo een deel zijn van de oplossing in plaats van voor extra problemen te zorgen'. Zielig is het. Verdomd zielig is het om te zien dat zo veel mensen een systeem, dat gestoeld is op moderne slavernij en controle, gaan omarmen als een systeem dat van hen is, alsof ze het zelf ontworpen hebben en tegen wil en dank moeten vrijwaren. Triestig, hoeveel mensen het blijkbaar als hun verantwoordelijkheid zien om hun eigen knechting veilig te stellen, de belangen van de staat en de bedrijven te verkondigen, en ze niet meer kunnen onderscheiden van hun eigen belangen. Een leger van voorbeeldige burgers dat klaar staat om te spuwen op zij die niet mee willen of kunnen. Maar ok, dat is dan genoteerd. Dat maakt het weer wat duidelijker wie aan welke kant staat.
Maar laten we positief blijven. Gelukkig is het niet overal crisis. Op het kabinet van justitie blijken ze er alleszins weinig last van te hebben. Niets is er te veel. Duizend nieuwe cipiers. Tien nieuwe gevangenissen. Duizenden nieuwe wapens voor de politie, nieuwe deportatiekampen, en ga zo maar door. Een eenvoudige ziel zou dit op z'n minst bizar vinden. Overal wordt gesnoeid, en het departement van justitie wordt overstelpt met geld en middelen. Eigenlijk is het niet bizar, zelfs geen klein beetje. Op dat kabinet beseffen ze maar al te goed dat je in tijden waar je steeds meer mensen in een benauwde duwt, je maar beter kan klaar staan met een welwerkende oorlogsmachine. Want wat als meer en meer mensen zouden stoppen met de bullshit te slikken en naar andere manieren gaan zoeken om aan geld te geraken, of botweg in opstand komen? Dan kan er maar beter voor zoveel mogelijk van hen een gevangeniscel klaarstaan.
Wel, het verrast ons niet. Zo zitten de dingen in elkaar en zo wil men de dingen houden. Maar net daarom willen we de gok van opstand wagen. Omdat de voorlopige vrijheid onder voorwaarden die ons buiten de gevangenismuren gegund wordt veel te veel lijkt op gevangenschap tout court. Meer dan dat zullen we tenslotte nooit cadeau krijgen. Meer dan dat kunnen we enkel zelf veroveren...
|