Een inleidinkje tot en enkele teksten van Jacques Rancière.
download PDF (189.8 kibibytes)
Mei 68, democratie en communisme. (over Jacques Rancière)
Alles wat rechts is, dat wil zeggen zowat de hele politieke en intellectuele klasse, inclusief die lange rij van zielige, ‘tot inkeer gekomen’, ‘linksen’, heeft een gloeiende hekel aan Mei 1968. Tot vandaag wordt alles wat in de samenleving fout gaat, toegeschreven aan dat vermaledijde jaar `68´. Daarvoor moesten ze wel eerst de werkelijkheid van Mei 68 vervalsen, meer bepaald door haar te reduceren tot een testosteronopstoot van verwende jongeren, die uiteindelijk het bed zou hebben gespreid voor de consumptiemaatschappij. Daarenboven, aldus de Franse filosoof Jacques Rancière, tonen ze, in hun kritiek op de ‘permissiviteit’, op het individualisme, op het ‘consumptieve narcisme’, etc., hun angst en haat voor de democratie, dat wil zeggen hun angst voor de gelijkheid van de bekwaamheid van om het even wie om te denken, te spreken, deel te nemen, … , dat wil zeggen: hun angst voor de anarchie. Het is één van de theses die Jacques Rancière in de loop van de jaren, nadat hij onder invloed van 68 brak met het (autoritaire) marxisme, ontwikkelde in een even uitgebreid als complex en grensoverschrijdend oeuvre.
Hoewel Jacques Rancière misschien geen anarchist kan genoemd worden, bevat zijn werk wel sterk anarchiserende componenten. Dat blijkt uit zijn kritisch onderzoek van de relatie tussen kennis en macht, zijn fundamenteel antihiërarchisch uitgangspunt, zijn zich afzetten tegen de identificatie van politiek met de uitoefening van en de strijd om de (staats)macht. Jacques Rancières denken is in de eerste plaats een zoektocht naar wat emancipatie is of kan zijn.
Als Jacques Rancière wel eens een moeilijk schrijver wordt genoemd, dan is dat omdat hij een heel eigen (vaak ironische) stijl en woordenschat heeft ontwikkeld, omdat hij heel compact schrijft (hij vraagt dan ook een heel aandachtig lezen), maar ook en vooral omdat hij een bij uitstek uitdagend denker is. Zijn werk doet denken; hij daagt de lezer uit om de dingen anders te zien, te voelen, te ervaren. Daarmee is meteen ook de innige band aangegeven die Rancière ziet tussen politiek en esthetiek: de manier waarop en wat mensen zien, horen, ervaren, zeggen is intrinsiek politiek, politiek is het moment waarop die ‘verdeling van het zintuiglijke waarneembare’ [le partage du sensible] overhoop wordt gehaald, waarop dat wat ‘gegeven’ is in vraag wordt gesteld, de kaart van wat mogelijk en onmogelijk is hertekend wordt. Jacques Rancière toont zich dus een opmerkelijk consequent en coherent denker; de eenheid van inhoud en vorm en van theorie en praktijk is treffend. Jacques Rancière ontregelt, verplaatst betekenissen en standpunten, doorbreekt categorieën en grenzen,… omdat emancipatie ook precies dàt is: het doorbreken van categorieën, het ontsnappen uit definities, bepalingen, rangschikkingen, … .
Dit alles wordt nogmaals, op een schitterende manier, geïllustreerd in één van Rancières meest recente artikels: 'Communisten zonder communisme'. Het gaat om de bijdrage van Jacques Rancière aan de conferentie ‘On the Idea of Communism’ die in maart 2009 werd georganiseerd in Londen, op initiatief van de ‘nieuwe communistische’ coryfeeën Alain Badiou en Slavov Zizek. Het is een heel geconcentreerde tekst, waarin Jacques Rancière nog eens alle enterhaken uitgooit en heel zijn politiek denken samenbrengt: Joseph Jacotot uit 'Le Maître ignorant' en Cabet uit 'La Nuit des prolétaires' passeren de revue, naast Plato en Marx uit 'Le Philosophe et ses pauvres'', 'Aux bords du politique' en 'La Mésentente', etc. Het is dan ook zo’n tekst die paragraaf per paragraaf, zin per zin dient gelezen te worden, waarin haast elk woord gewikt en gewogen moet worden. Jacques Rancière verschuift betekenissen en posities, geeft onverwachte wendingen, zet op het verkeerde been, slaat en zalft tegelijkertijd. Uitgaande van zijn ‘theoretisch anarchistische positie’ – en met veel ironie – levert hij hier een fundamentele kritiek op wat vele ‘communisten’ – al dan niet op de conferentie aanwezig - ‘communisme’ noemen.
Als eerste kennismaking met het werk van Jacques Rancière volgen hier dus een artikel van zijn hand, gevolgd door een interview (samen met Judith Revel) over Mei 68, de inleiding tot zijn boek 'La haine de la démocratie', en het artikel 'Communisten zonder communisme'. Dit kan enkel maar een overzicht in vogelvlucht zijn, het is een eerste presentatie van een ‘work in progress’. In de nabije toekomst hopen we een uitgebreide bundel met teksten en interviews van Jacques Rancière uit te geven. Commentaren, kritieken, suggesties, … zijn altijd welkom: post1968@yahoo.com JK
RECENTE COMMENTAREN OP DIT ARTIKEL
Hieronder vind je een lijst met de 10 recentste commentaren van de 1 die op dit artikel gegeven werden.
Deze commentaren worden anoniem toegevoegd door de bezoekers van indymedia-ovl.
|
|
|