View article without comments
Confessies van een buitenstaander
 omslag.jpg, image/jpeg, 600x450
“Op 10 januari 2008 vond aan de Universiteit van Tilburg een conferentie plaats over een omslag naar een meer duurzame en solidaire economie. “ staat er te lezen in de Verklaring van Tilburg. (1). Dit was een jaar geleden. De Verklaring van 2008 stelde: “Wij, burgers van Nederland en Vlaanderen, en van Europa, roepen op tot een ingrijpende heroriëntering van onze economieën. Wij worden gemotiveerd door de snel gegroeide urgentie van wereldwijde vraagstukken als de klimaatverandering en de uitputting van de aarde, de blijvend wijdverbreide armoede en de toenemende mondiale ongelijkheid. Die urgentie dwingt ons om de noodzakelijke transitie aan de orde te stellen van alle rijkere economieën, dus ook die van België, Nederland en Europa.” En verder: “voor de noodzakelijke matiging van het materiële verbruik door bedrijven en gezinnen zullen beperkingen van de personele en bedrijfsinkomens onontbeerlijk zijn” en “Tegelijk was duidelijk dat in de economieën van het Noorden in materiële zin (dus in termen van het verbruik van materiaal, ruimte en fossiele brandstoffen) krimp moet plaatsvinden”.
Ik was er toen niet bij, maar de toenmalige analyse, voordat de kredietcrisis in Europa in alle hevigheid losbarste, was er één om duimen en vingers bij af te likken. Eindelijk een gezamenlijke, serieuze en diepgravende ontmaskering van een waanzinnig economisch wereldsysteem waar zovele basisbewegingen zich al zolang vragen over stelden. Eindelijk zouden termen als 'décroisssance', 'groeikrimp' enz een grotere weerklank vinden. Alhans zo dacht ik.
Vorige week vrijdag schreed ik dan ook vol verwachting naar de opvolgconferentie, deze keer in Antwerpen, met VODO, het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling als gastheer. In een poepsjiek decor kregen we eerst een begeesterende toespraak van Wolfgang Sachs te horen, die ons nogmaals met de neus op de feiten drukte: onze wereld moet NU een radicale omslag maken, want de parameters zien er niet zo goed uit. Dematerialisation, solarisation, selflimitation! No ecology without equity! No equity without ecology! Cool.
Vervolgens was er een debat tussen enkele (voornamelijk oudere) heren, met enkele leuke uitschieters, maar het was duidelijk dat het hier vooral al ging om heren die meestal nauw verweven zijn of waren met het Belgisch/Nederlandse (non)beleid, dus schuifelde het discours tussen cynisme (“de burger wil het niet en wij kunnen hem toch niet verplichten”), reformisme (“als de staat nu eens wat groenere overheidsuitgaven doet”) en je reinste staatspropaganda (“de Nederlandse overheid doet er alles aan om duurzaam te zijn”).
Een congres voor meer dan tweehonderd mensen organiseren, de helft Vlaams en de andere helft Nederlands, is een huzarenstukje. Redelijk wat ruimte laten voor interventies vanuit het publiek en dit fijn modereren is niet gemakkelijk, maar werd toch tot een goed einde gebracht. Al die mensen naar zes verschillende workshops leiden ten einde zoveel mogelijk participatie los te weken, is een geslaagde formule.
Misschien zat ik gewoon in de verkeerde workshop. Ik had 'productnormering' uitgekozen. Dit werd ingeleid door Frieda de Koninck van de Belgische Schone Klerencampagne, en Anne van Schaik van het Nederlandse Milieudefensie, die het vooral had over de greenwashingstrategieën van Shell. En wat ik daar meemaakte, was voor mij een beetje emblematisch voor de rest van het congres. Hier zaten namelijk twee vrouwen, met hun hart en voeten jarenlang in de harde realiteit van uitbuiting en vervuiling, die twee ijzersterke analyses maakten van wat er zoal misgaat op mondiaal sociaal en ecologisch vlak. Deze activistes zitten tegelijkertijd met hun mond en hoofd al jaren aan de tafel met beleidsmakers, en wat zij als alternatieven voorstelden kwam mij spijtig genoeg vaak nogal slapjes over. Dat krijg je wellicht als je met je radikale analyses wordt gevraagd om 'realistische', 'werkbare' tegenvoorstellen te maken. En 'realistisch' wil binnen de Europese context spijtig genoeg meestal zeggen: binnen de economische lijntjes, binnen de manouvreermarges van de instituties, met respect voor het overlegmodel en zonder op de zere teentjes te trappen van politieke meerderheden. Zie ik het mis, of te zwart in? Misschien wel. De uitkomst van de workshop was een pleidooi voor voorzichtige certificering van producten uit de Derde Wereld, blijkbaar zonder fundamentele vragen over de nood aan meer kleinschaligheid, meer lokale productie, het op termijn willen opheffen van de immense exporteconomieën in de Derde Wereld, wegens sociaal en ecologisch nefast voor het overgrote deel van de bevolking. Certificering van producten op zich is een mogelijke eerste stap naar een duurzamer wereld, maar de bestaande certificeringen blijken in de praktijk vooral de 'business as usual' verder te zetten, en daar ontbrak het mij aan voldoende kritische reflectie. (2)
Na de workshops was het tijd voor het slotdebat, wat ik nogal flauwtjes vond, althans naar mijn hooggespannen verwachtingen toe. Ik voelde mij er al vlug veel te radikaal. Wat wil je met een panel dat bestond uit een lieve Hollandse professor (de Beer), die altijd netjes zijn beurt afwachtte en dus maar weinig aan bod kwam, een kersverse directeur van Greenpeace België (te bescheiden of onervaren om veel te zeggen), en twee politici (Bart Martens van de SP.a en Tinne Vanderstraeten van Groen!), die elkander voortdurend de loef wilden afsteken om hun groene 'verwezenlijkingen' en ideeën toe te lichten en duidelijk beiden de gunst van het publiek wilden afdwingen. Moderator Dirk Barrez trachtte geregeld het niveau wat op te tillen en op zoek te gaan naar meer fundamentele (radikale?) standpunten die iets meer van de urgentie (de 'oorlog' zoals hij het noemde) uitgingen, maar tevergeefs. Tot veel meer dan microdiscussies over kilometerheffingen voor Belgische auto's kwam het niet. De aanwezige intelligentie, de accomodaties, de voorbereidingen en het hongerende publiek ten spijt...
Draag ik dit congres nu ten grave? Bijlange niet! Er werden die dag schitterende ideeën geuit, er was enorm veel goesting bij het publiek, en de organisatie was zeer puik.
Waar ik mij wel zorgen over maak is de koers die het congres in de toekomst wil varen. De verklaring van Tilburg lijkt mij veel radikaler (3) dan het discours dat ik in nu Antwerpen te horen kreeg. Alsof men 'salonfähiger' wil worden, meer serieus wil worden genomen. Komt dit door het stempel van gastheer VODO, dat uiteindelijk afhankelijk is van de Vlaamse en Europese overheid, of door het statusquo-discours die enorm veel mensen uit het beleid en de klassieke ngo-wereld aanhangig zijn, vaak zonder het zich nog bewust te zijn.
Wie wil nadenken over een economische omslag, wordt immers geconfronteerd met harde en zachte weerstanden.
Wie fundamenteel analyseert, en de economische orde in vraag stelt, wordt door pers, publiek, overheid en vooral bedrijfsleven nog altijd niet serieus genomen. Je bent dan een primitivist, communist, terrorist of je ziet gewoon spoken. Wie daarentegen op de proppen komt met zachte mediacampagnes, consumenten aanspoort om evenveel maar 'anders' te consumeren, het bedrijfsleven vraagt om lauwe certificaatjes te produceren, de overheid lief vraagt om ecotoiletpapier aan te kopen, die wordt doodgeknuffeld. Deze laatste weg is de weg van de minste weerstand, enorm moeilijk om aan te weerstaan, maar spijtig genoeg een weg die heel weinig effectief is, en de urgentie, de 'oorlog' zo je wil, eigenlijk botweg negeert. In deze weg verdwijnen een aantal fundamentele zaken duidelijk naar de achtergrond. In Antwerpen werd dan ook niet meer echt gepraat over groeikrimp, of over daadwerkelijke solidariteit met het zuiden, of over de perversies van het hedendaagse kapitalisme en haar trouwe instituties. Over het verraad van nationale regeringen en het gebrek aan kritiek hierop vanuit het gros van de ngo-wereld. Over de hemeltergende rol van de massamedia. Er werd mijns inziens te weinig 'out of the box' gedacht.
Ook het woordje antikapitalisme is geen enkele keer gevallen.
Een laatste gegeven leek mij de heersende stroming om voor de meeste problemen naar boven te kijken. Men 'vraagt' overheden om groener/socialer te zijn, met vraagt juristen om te kijken hoeveel duurzame marge er nog is binnen de bestaande economische wetgevingen, men vraagt de media en de wetenschap om ook wat mee na te denken en men vraagt de industrie om tot inkeer te komen. Heel wat deelnemers lijken op het eerste zicht niet zo tuk om meer vanuit de grassrootsfilosofie na te denken. Wat bijvoorbeeld met de basisbewegingen? Wat met directe acties in het Noorden, massabewegingen in het Zuiden?
Het publiek was overwegend academisch, ouder en blank, de panels, op één uitzondering na, mannelijk. Niks op tegen, en alle sympathie hiervoor, maar als de conferentie de volgende jaren wil verbreden, moet ze misschien maar eens nadenken over volgende paradox: “Hoe kun je een radicale omslag nastreven door “het formuleren van concrete stappen” om “te integreren in het beleid” (sic)?
Is het dan niet beter om de volgende jaren zoveel mogelijk mensen zich te laten scharen achter meer fundamentele, antikapitalische standpunten en dan via allerhande druk van onderuit het beleid verplichten zich radikaal om te vormen in plaats van te trachten binnen het heersende beleid wat bloemetjes aan te brengen aan het bloederige gordijn? En laten we vooral ook wat zelfkritiek toe wanneer het hegemonisch denken ons af en toe te pakken krijgt. (4)
Graag sluit ik af met de woorden van Gramsci, zoals fijn werd aangehaald door gastspreker Wolfgang Sachs: “Wat benodigd is, is pessimisme van het verstand en optimisme van de wil “.
Noten:
(1)http://www.economischegroei.net/index.php?topic=logotest&style_id=0 (2)ik refereer hier bijvoorbeeld naar de problematiek van de zgn 'duurzame' beleggingsfondsen, die voornamelijk hol en onduurzaam zijn, de methodiek van de 'within' en 'above' average om certificaten toe te kennen, de nefaste rol van kleine en grote ngo's (rainforest alliance en fairfood pro chiquita, wwf pro rtrs, fairtrade.org pro nestlé,...), en het schrijnende gebrek aan monitoring bij de meeste certificaten. (3)radikaal = terugkerend naar de wortels, de kern (4)http://nl.wikipedia.org/wiki/Gramsci#Culturele_hegemonie
www.economischegroei.net/index.php?topic=antwerpen2009&style_id=0
Geschenk uit de hemel
Dat we vooral moeten blìjven kopen, en dus meestal verkwisten, om de bedrijven aan de praat te houden – hoe vervreemd zijn we geraakt om dat normaal te vinden?
Stel je voor, in onze en andere rijke landen een gekalmeerde economie met overal locale bedrijvigheid voor de basis behoeften. Meetjesland, de Borinage, Haspengouw, de Betuwe, Twente, de Kop van Noord-Holland – overal zijn de streken zoveel mogelijk zelfvoorzienend voor wat betreft voedsel (basispakket), energie en hergebruik. Iedereen is er aan het werk, naar vermogen, in buurtmoestuinen, wijkwerkpaatsen en in en rond het huis. Alle zorg is ook erkend als gewoon werk, en alle werk wordt betaald. Oude ambachten beleven een opleving. Rond de steden veel tuinbouw met inmakerijen, boerderijen met klein vee, viskwekerijen en lichte industrie waarin de mensen uit de stad werkzaam zijn. Daar weer buiten de landbouw en zwaardere industrie. De wijken van de grote steden hebben ook hun eigen productieve buitengebied, waar mogelijk aansluitend. Zoveel auto’s als je vroeger zag, zoveel bakfietsen zie je nu, vaak electrisch ondersteund. Overal kun je auto’s en fietsen opladen aan publieke windgeneratoren. Op de universiteiten wordt vooral ‘nature inspired technology’ ontwikkeld. Een deel van onze electriciteit en waterstof komt uit zonnecentrales die in Spanje en Noord-Afrika staan. Er is een levendige handel met andere streken en landen waarvan veel over water gaat.
Van aanbod terug naar vraag Overal zie je arbeidsbureaus. Er is uiteraard veel werk dat continu gedaan moet worden, maar ander werk schommelt in intensiteit. Men had namelijk de aanbodeconomie afgeschaft. Deze werd door het geld aangedreven, vond men, en moest als een tijdelijke afwijking beschouwd worden uit de tijd dat kapitaal nog de arbeid beheerste. Het ontstane produktivisme had voor de afzet een even intensieve consumptie nodig. Dus moest er gekocht en verkwist worden om die economie aan de gang te houden. De aanvankelijke voordelen waren nadelen geworden. Voorraden raakten op, de biosfeer werd geweld aangedaan. Bovendien dreef alles op de olie en die ging opraken. De nieuwe economie van de mensen – nou ja… zo oud als de wereld - is afgesteld op de vraag en die kan schommelen. Vandaar die arbeidsbureaus die het nodige werk verdelen met en over de mensen die geen ‘continuers’ zijn. Werkloosheid? Een woord uit het verleden! Die vraag, trouwens, moet binnen de milieugrenzen blijven. Dat was de mensen goed ingepeperd door de grote overstroming van Zuid-Holland en Vlaanderen. Niet meer door het geld opgejaagd en verlost van een rigide arbeidsorganisatie, gaan bedrijven bij een verminderde vraag niet meteen over de kop. Er heeft een ware bevrijding van de bedrijvigheid plaats gevonden.
Flexibiliseringen Dat betekent dat er enerzijds flexibilisering van de investeringsbeloning is. Minder verkocht, dan ook minder geld naar de geldverschaffers. Er zijn nu dus nauwe banden tussen bedrijven en de investeerders. Weg is de rampzalige aandelenmobiliteit. Anderzijds is de arbeidsorganisatie flexibel geworden. Bij een verminderde productie voor een korte of langere tijd, kan een bedrijf met minder mensen toch op een lager pitje doordraaien of zelfs tijdelijk stoppen zonder definitief dicht te gaan wat kapitaalvernietiging zou betekenen. Als de vraag aantrekt, kan het bedrijf weer op vollere toeren draaien. Het merendeel van de werkers hebben dus naast hun hoofdbaan een of meer andere betaalde banen. Wij zijn bijna allemaal flexwerkers! Er is een grote arbeidsvariatie, wat vaak de wens van werkers was zoals de populariteit van de vroegere uitzendbureaus – nu gefuseerd met de arbeidsbureaus – ook liet zien. De meeste mensen hebben meer vaardigheden dan die hun hoofdbaan vraagt. Buiten het werk werd al heel wat afgeklust, gebouwd, gemoestuind, kinderen voorgelezen, luiers vervangen, gekookt, gesport met lastige pubers, aan alle mogelijke clubs meegedaan. Dus de baanflexibilisering ging gemakkelijk. De bevrijding van de bedrijvigheid betekende meteen dat de werkers ook een meer gevarieerd en bevredigend leven kregen.
Geld weer dienaar Wordt de euro nog gebruikt voor tussengewestelijk en internationaal gebruik, vele streken hebben een eigen munt. Daar waren Duitse plaatsen al kort na de eeuwwisseling mee begonnen. Zo blijft de koopkracht in de eigen streek goed behouden. Elke buurt heeft een lokaal kredietbankje, onder beheer van de mensen zelf. Soms kan men nog op een oude affiche lezen: “Het geld van meester weer dienaar.” De vele markten zijn levendige plekken met ook geregeld culturele gebeurtenissen en manifestaties. Opvallend ook dat de mensen veel buurtfeesten houden: rond een trouwerij of geboorte, als een nieuwe kaas uitgeprobeerd wordt of het honderdste geitje is geboren. De verbondenheid met andere delen van de wereld is groot: Act locally, help globally. Er wordt best nog internationaal gevlogen, al valt dat onder de distributie, zoals ook vlees en autobrandstof.
Meer gezamenlijkheid De depressie, die in 2009 haar volle omvang kreeg, had nogal huisgehouden in de officiële economische sector – die van de Wereldhandelsorganisatie en het hele mondiale ‘casino’. De werkers die daarbij hun baan hadden verloren, konden goed opgevangen worden in de nieuwe ‘thuissector’. Deze is echt duurzaam en sociaal, en de beloningsverschillen zijn er klein. Motto: Alleen met een meer gemeenschappelijke bevolking kun je de wendingen maken die voor onze overleving noodzakelijk zijn. Probleem was aanvankelijk inderdaad de hevige economische krimp die de crisis met zich mee bracht. Milieumensen en ‘andersglobalisten’ wilden altijd al kalmering, maar via een zachte landing, niet met een crash. De emancipatie was altijd betaald, niet zozeer met eerlijk delen als wel met economische groei, met meer productie en consumptie. Dat stokte toen, en populistische politici probeerden garen te spinnen bij de ontstane sociale onrust. Gelukkig waren er in de hele wereld, als reactie op de doorgeslagen mondialisering, al vele economische alternatieven ontwikkeld die hier direct en in samenhang ingevoerd konden worden. Bekende economen hadden al vroeg gepleit voor kalmering, zoals Hueting, Pen, Opschoor en de ‘economen van het genoeg’ De Lange en Goudzwaard. Een prominent als Wijffels had de omvorming van het kapitalisme bepleit. (De vele gelijkgestemde Belgen zijn teveel om op te noemen!) Er waren al economie-kritische congressen geweest die vele belangstellenden uit de overheid, het bankwezen en de wetenschap hadden getrokken. In Engeland was onder bewoners de inspirerende beweging Towns in Transition (TT) ontstaan, die ook door andere landen, waaronder België en Nederland, was overgenomen: een belangrijke aanzet tot de nieuwe, echt duurzame en sociale economie. Afgelopen zondag had de pastoor de hele geschiedenis nog eens opgehaald. Een geschenk uit de hemel had hij de kredietcrisis van 2008 genoemd. Utrecht december 2008
Mr. W. Hoogendijk (auteur van Economie Ondersteboven, 1993) is medewerker van Stichting Aarde, de werkgroep Voor de Verandering – Alternatieven voor het neo-liberalisme en van het Franse tijdschrift over krimp Entropia. (wh@aarde.org) Opvraagbaar: De crisis als oplossing. (6 blz.)
Via drastische materiële krimp nù, naar nieuwe, kwalitatieve groei straks!
Beste Pinkje
Je “Oprispingen bij de Conferentie van Antwerpen (16 jan. 2009)”, die ik nu pas las, dateren al van 20 januari maar hebben natuurlijk niets van hun belang verloren. Zelf heb ik zowel Tilburg als Antwerpen meegemaakt en inderdaad Tilburg was veel radicaler dan Antwerpen waarbij de poepsjieke locatie maar voor een klein deeltje de conferentie veel salonfähiger maakte. Er is op de eerstvolgende conferentie (terug in Tilburg in 2010) effectief veel meer “radicale” aanwezigheid nodig om het indommelen te stoppen.
Al vanaf het begin is de radicale scherpte eraf gehaald door uit het lijstje van de speerpunten de eerstgenoemde speerpunt - “het sociaal-culturele speerpunt” -, die de principes, de visie, de “ideologie”, of het kader moest aangeven, (en eigenlijk ook het eerst invulling had moeten krijgen), naar achter te schuiven en bij voorrang te werken aan de andere speerpunten die meer concrete stappen en ingrepen omvatten, die in het (bestaande) beleid zouden moeten worden geïntegreerd. Dat is net als het aanslepen van een hoop verschillende bouwmaterialen voordat men het plan van het bouwwerk uitgewerkt heeft waardoor men grotendeels niet-doelgericht tewerk gaat. Het samenbrengen van vertegenwoordigers van de meest uiteenlopende disciplines kan dan wel goed zijn om een goed genuanceerde analyse en verklaring op te stellen maar biedt duidelijk geen garantie op het nodige “OUT OF THE BOX” denken; want het zijn meestal vertegenwoordigers van het bestaande establishment die gepokt en gemazeld zijn door het systeem dat tot de probleemsituatie geleid heeft en zich daar maar moeilijk van kunnen losmaken ook al willen ze meewerken aan een radicale verandering.
Voor zover ik mij kan herinneren is ook in Tilburg het woord “ANTIKAPITALISME” niet gevallen terwijl men eigenlijk toch bijeenkwam om de nefaste koers en koersversnelling van het kapitalisme te keren. Zelf heb ik dat proberen bijsturen door al snel teksten in te sturen die wél aangeven hoe het kapitalisme moet worden ingeperkt én in een dynamisch evenwichtig moet worden gecombineerd met het solidaire / het politieke: de EN-EN aanpak in plaats van de eeuwig onstabiele OF-OF aanpak. (zie op de website economischegroei.net – Antwerpen 2009 – Documentatie – Ondersteunende teksten – vooral “Welk maatschappijmodel moet worden naar voren geschoven“ en “De sociaal-culturele aanpak van de radicale omslag”.). Bij de voorbereiding van de workshop “Duurzame toekomstbeelden” (die, uiteraard kan men bijna zeggen, de grootste groep deelnemers aantrok en interesseerde) heeft men er niet echt gebruik van willen maken. De gevolgde aanpak om via de werkgroepjes aspecten, moto’s, en kernwoorden samen te brengen die dan de context of omgeving moeten schetsen voor een toekomstig maatschappijbestel is niet van aard om echt out of the box te denken. Het heeft ook veel weg van mozaïeksteentjes samenbrengen met de hoop er een monoliet van te kunnen persen.
De “sterkte” van het nog vigerende kapitalistische maatschappijmodel bestaat erin dat het model de realiteit maar zeer gedeeltelijk weergeeft en de herkenbaarheid van de totale werkelijkheid daarin zeer gering is; het precies formuleren van de lacunes is moeilijk omdat men geen houvast heeft en men laat zich gewoonlijk verleiden tot een reeks aanvullingen maar het veel te enge schema biedt voor die aanvullingen nergens aanknopingspunten zodat het een losse verzameling blijft waarin de kapitalistische kern toch altijd blijft doorwegen. De enige goede oplossing bestaat erin om de uitgangspunten “behoeften”, “schaarste” en “vrije markt” los te laten en te vertrekken van ALLE stromen die zich in een maatschappelijk bestel voordoen; het streven naar vooruitgang én de zorg voor solidariteit komen dan automatisch op gelijke voet te staan.
Opdat veel meer organisaties en basisbewegingen hun stem en inbreng op de volgende conferentie(s) zouden laten horen moeten ze natuurlijk eerst kennis hebben van de basisinzichten van dat andere maatschappijmodel waarin de mens centraal staat en zijn duurzaam ecologisch systeem de onmisbare sokkel vormt. Misschien biedt Indymedia daartoe wel een geschikt platform.
Met vriendelijke groeten André Bequé Lommel, 2-04-09.
|