View article without comments
Onderstaande tekst verscheen in 2003 net niet. Het is hier en daar misschien wat gedateerd, maar bevat misschien toch nog wat interessante gedachten met betrekking tot recente discussies rond anarchie en organisatie.
 anarchyleader.gif, image/gif, 400x397
ANARCH-GLOBALISME:
DE PARADOX VOORBIJ
Eigenzinnige aanzet tot een
Anarchglobalistisch (*) netwerken-model
“Het steeds falen der systemen
Verstikt de mensen en het leven
Van de politieke poppenkast willen weinigen
Nog weten wie de touwtjes trekt
Het publiek trekt massaal uit de zaal,
Vooraleer het ijzeren gordijn neergaat.
Schuilt hier het gevaar van een linkse toer?
Om het even, wat zeker is, is dat als de extremen
Aan de macht zijn, de creativiteit gedoemd is te sterven.
Immers, vanaf dat de creativiteit in dienst staat van van één kleur
Mag er niet meer worden gemengd, men staat dus stil
En stilstaan is achteruitgang
Laat de mensen met rust, immers, teveel praten maakt doof
En teveel luisteren maakt stom en stomp.
Of ben je bang van de stilte of erger, van jezelf?
Laat je ogen vrij rondreizen in het alledaagse,
Totdat je beseft dat dit het ongewone is, het verandert het meest
En je kan het veranderen, als je luisert naar je eigen stem,
Als je baas wil zijn in eigen hoofd….”
(‘Salud y Anarchia’ – Bruno Cloquet) (in loving memory)
(*) Anarchglobalisme is niet een nieuwe term die we hier willen introduceren, maar maakt het ons binnen het bestek van deze tekst ietsje gemakkelijker om het te hebben over iedereen die zich in grote mate op anarchistische manier organiseert, op zoek naar een betere wereld, zonder het per se zo te benoemen.
Een klassieke paradox onder anarchisten is die tussen het individuele en het collectieve. We schrijven paradox, alhoewel sommigen het als een tegenstelling zien. Sommige libertair-communisten gooien de “propaganda van de daad”-periode op het einde van de negentiende eeuw op een hoop met een aantal waardevolle inbrengen van Stirner over de individuele vrijheid. Aan de andere kant heb je anarchisten die een gevaar zien in elke mogelijke groepering van twee. Tussen die twee karikaturale uitersten heb je een aantal meer genuanceerde visies.
Het is zaak te kijken naar de huidige toestand van het Belgische anarchisme. Buiten algemene communicatie-strategieën en organisatieprincipes, is het voor ons duidelijk dat de Belgische situatie een lokaal aangepaste manier van werken vereist. De actieterreinen van de Argentijnen zijn niet helemaal gelijk te stellen aan die hier in Belgie. We mogen ergens hopen dat het de wens van de anarchisten is om de beweging te laten groeien, zonder in anarchistisch genoemde bureaucratiemolens van eenheidsworst te worden vermalen.
Een cruciaal punt is dat van communicatie. Communicatie vanuit anarchglobalistisch standpunt. We hebben het hier niet over een wollig theoretisch standpunt, maar iets praktisch en verwezenlijkbaars. Eerst en vooral is het belangrijk dat er zoveel mogelijk communicatie is : het kan en mag niet op. Het is tevens een van de meest cruciale aspecten van gedecentraliseerde organisatie. Grote allesomvattende platformen leiden meestal tot semantische discussies of verdeeldheid. Uiteindelijk is het aantal verschillende visies zodanig divers, dat deze aanpak onwenselijk is. Samenwerkingen horen dynamisch te zijn. In die zin zijn de voorstellen in deze tekst dan ook te interpreteren. De strategieen die erin voorgesteld staan, kunnen zowel van toepassing zijn tussen individuen van een affiniteitsgroep, als tussen een aantal axiegroepen die een tijdelijke samenwerking willen opzetten rond een thema.
Communicatie gaat bij anarchglobalisten ook over het omgaan met conflicten, bekeken vanuit een gezichtspunt van respect voor diversiteit. Overtuigd van het feit dat de maatschappij doorspekt is van conflicten (zogenaamde onverenigbaarheden, maar eigenlijk vaak complementaire visies), die al dan niet opgelost (moeten) worden, is dit één van de zaken die al te vaak over het hoofd wordt gezien. Een groot deel van de actiemethoden is zonder problemen communiceerbaar aan andere groepen. Dat betekent geenszins dat het conflict “opgelost” dient te worden. Communicatie over niet-op-te-lossen (zowel in de betekenis van niet nodig als niet mogelijk) conflicten heeft het voordeel dat men elkaar niet onnodig voor de voeten hoeft te lopen. Afspraken rond acties op Eurotoppen zijn hier een mooi voorbeeld van : verschillende actiemethodes zijn wenselijk, en het is nog veel wenselijker dat ze allemaal uitgevoerd kunnen worden. Hierover is communicatie onontbeerlijk.
Een asielzoeker op d22 tegen mensen van het Vluchelingen Aktie Komitee: ‘ik hoor dat dit al het derde jaar is dat jullie een kerstwake organiseren.... maar er is intussentijd nog niks veranderd… ’ In hoeverre moeten wij uit onze kinderschoenen durven stappen, onze vroegere acties als nuttige leerervaringen zien, en toekomstgericht, met een lange termijnvisie, daadwerkelijk strategisch beginnen na te denken, opdat onze doelen ooit meer dan holle kinderdromen zouden zijn, en we het aankomende cynisme (cfr al die bazelende soixantehuitards) de kop in kunnen drukken?
Wat behelst toch dit de anarchistische grondgedachte? Zijn wij het er over eens dat onze anarchglobalistische strijd streeft naar totale bevrijding van de mens, dat wij hem zelf terug wensen te laten denken en handelen, dat wij een strijd vormen tegen elke vorm van machtsmisbruik - “wie iets voor mij doet, zonder mij, is tegen mij” (Ghandi)?
Kunnen wij de anarchglobalistische beweging dan zien als een netwerk van individuen en kleinere netwerken of kollektieven? Als wij de beweging zien als iets dat streeft naar één stem, één hiërarchisch apparaat, dan is er iets grondig fout. Als wij haar enkel zien als een amalgaam van individuen, verenigd rond anti-tops, met een agenda en timing die eigenlijk bepaald wordt door the Powers That Be, kan men zich de vraag stellen wat dit daadwerkelijk kan veranderen. Netwerken dan maar als middenveld, met alle mogelijke vrijwillige samenwerkingsverbanden, en hopelijk enkele gedeelde anarchoglobalistische ‘visies’ en ‘waarden’ als ‘lijm’? Waarbij axies niet meer dan een speerpunt zijn van de anarchoglobalistische beweging, die een voortdurend organisch groeiend netwerk van netwerken kan zijn, met talrijke expressievormen. Terwijl we de slechte wereld viseren in al haar perverse aspecten, bouwen we tegelijk nu al mee aan de betere wereld.
Het is nuttig om te beginnen met linken te zien in strategiemodellen tussen anarchglobalistische bewegingen, klassiekere non-profit-bewegingen en commerciële bedrijven. Waarbij wij GEEN poging ondernemen dé strategie van dé anarchglobalisten te omschrijven, omdat we er sowieso persoonlijk van overtuigd zijn dat de toekomst ervan ligt in organische netwerkvorming, ‘emergence’, bottom up, lokaal gekleurd verzet, ‘eenheid in verscheidenheid’, grassroots, diversiteit, enz. Een concept dat ten allen tijde vermeden dient te worden, is dat van de voorhoede, die de vooruitgang in gang zetten en de achterlijke acherhoede meesleuren. Een rijker en diverser concept is dat van emergence, het opborrelen, het naar boven komen van een nieuw idee. Net zoals wanneer een ijskristal gevormd wordt op een koude ruit in wintertijd. Een mooie en complexe structuur, die zonder centraal gestuurd orgaan gecreerd werd.
Net als in de non-profit-sector, is het belangrijk om te zien dat we in het opstarten en onderhouden van kollektieven, cellen, ervoor zorgen dat de medewerkers voldoende gemotiveerd blijven (iets waar elk lid van een affiniteitsgroep voor verantwoordelijk is), dat zij een sterk engagement wensen op te nemen en dat wij in onze organisatiecultuur, vergadertechnieken, enz. een pluralistische en basisdemocratische ingesteldheid hebben, waarbij het gebruikelijke machtsmisbruik en de recuperatietechnieken van enkele gladde ‘grote bekken’ op duidelijke manier gecounterd worden, en waarbij een besluitvorming en organisatie worden ontwikkeld (op diverse niveaus, waar dit de basisconsensus niet doorbreekt) waardoor bepaalde vooropgestelde ambitieuze doelen ook daadwerkelijk een stapje dichterbij komen. Dit zijn INTERNE STRATEGIEËN.
Net als in het bedrijfsleven is het belangrijk dat gelijk welk anarchglobalistisch kollektief, althans in deze gemediatiseerde samenleving, aan een soort ‘public relations’ doet, om een geloofwaardig ‘imago’ te hebben, om geloofwaardige ‘beelden’ te kunnen overdragen, om haar boodschap verder te verspreiden dan het kleine kransje al aanwezige bekeerlingen. Dit zijn EXTERNE STRATEGIEËN.
Dit artikel reikt dus, heel eventjes, zowel de INTERNE als de EXTERNE mogelijke strategiën aan. Om te inspireren, te bediscussiëren, en als opstapje tot diepere discussies.
Enkele termen uit bedrijfsleven en non-profit-sector, die we in ‘eigen’ definities gegoten hebben, kwestie van ons wat verstaanbaar te maken:
INTERN:
EFFECTIVITEIT: de mate waarin de behaalde resultaten gelijken op de oorspronkelijk beoogde doelstellingen
EFFICIENTIE: de mate waarin de geïnvesteerde tijd en middelen evenredig zijn met de behaalde resultaten
GROEPSDYNAMICA: binnen een groep mensen die met elkaar praten of handelen, worden steeds opnieuw diverse posities tegenover elkaar ingenomen. Dit kan uitmonden in constructieve samenwerking, of net het tegenovergestelde, en alle mogelijkheden hier tussenin. De leer van de groepsdynamica leert ons evenwel dat als men zich bewust is van deze dynamica, men de kans op een goede verstandhouding en samenwerking enorm kan verhogen.
MEDEWERKERSZORG: iedere organisatie die steunt op de vrijwillige inbreng van een groep medewerkers, dient bewust om te springen met deze man/vrouwkracht. Als er teveel verwacht wordt van de individuele inbreng, blijf je binnen de kortste keren zitten met een handjevol overstresste medewerkers. Een andere term hiervoor kan zijn: ‘human resources’-management, hoewel de meesten onder ons deze bezwangerde term liever niet gebruiken.
EXTERN:
AIDA-PRINCIPE: Een bekende marketingterm. Een oproep voor een bepaalde actie of engagement dient vier opeenvolgende stappen te doorlopen. Eerst moet de AANDACHT getrokken worden, daarna de INTERESSE opgewekt, vervolgens moet de DRANG ontstaan om hier iets mee te doen, om vervolgens via de verspreide boodschap ‘tools’ aangereikt te krijgen om tot ACTIE over te gaan.
DIDACTIEK: de wetenschap die zich afvraagt hoe en met welke leermiddelen je boodschappen kunt overdragen, en die daarbij ook probeert na te gaan hoe het leerproces van ieder mens eruit ziet, hoe hij/zij tot bewustzijnsinhouden en inzichten kan komen.
RECLAME-MATRIX: eveneens een marketing-term. Je stelt een matrix op (=rijen en kolommen), met horizontaal al de verschillende ‘doelgroepen’ die je wenst te bereiken, en verticaal alle mogelijke media-kanalen die je ter beschikking hebt. Vervolgens ga je op zoek via welke media je welke doelgroepen al bereikt en in de toekomst wil bereiken. Opdat je boodschap met minder middelen (efficiënter) en meer gewenst resultaat (effectiviteit) de verschillende doelgroepen van je organisatie kan bereiken.
SENSIBILISERING: het overdragen van boodschappen aan voorheen andersdenkenden, opdat zij deze niet enkel zouden aanvaarden en begrijpen, maar ook toepassen in hun denken en handelen .
MOGELIJKE STRATEGIEËN VOOR EEN ANARCHGLOBALISTISCH NETWERK VAN NETWERKEN
Onderstaand groeimodel is een mix van enkele bekende modellen die momenteel sterk in zwang zijn , zowel in de profit- als de non-profitsector, in hun zoektocht naar kwalitatieve verbetering van hun organisatie. Opstellen van zo’n plan is normaal gezien een werk van zeer lange adem, waarbij een bepaalde consensus over missie en visie van de beweging onontbeerlijk zijn om uiteindelijk op een efficiënte en complementaire manier de diversiteit aan strategische en operationele doelstellingen (zie onder) te kunnen verwezenlijken.
Ook in dit artikel zullen wij de vaak gebruikte en misbruikte term ‘netwerk’ niet perfect kunnen omschrijven. Het zou kunnen klinken als ‘een los samenwerkingsverband van individuen en affiniteitsgroepen, verenigd rond één of meerdere (in dit geval anarchglobalistische) doelstellingen, en communicerend via diverse media’. Net als bij tweedimensionele ‘fractals’ kun je je een netwerk inbeelden dat steeds verschillende netwerken in zich heeft, en samen met andere netwerken, ook weer in bredere netwerken zit. Een driedimensionale voorstelling zou ons nog ietsje verder kunnen leiden, want eigenlijk zit ieder individu en ieder netwerk in diverse parallelle netwerken tegelijk. De tijd van de kleine gemeenschappen die het individu integraal en voor al zijn behoeften konden opeisen, is (gelukkig) al een tijdje voorbij.
Ieder strategisch model, begint met het formuleren van een MISSIE, vervolgens van een VISIE en bijhorende WAARDEN. Daarna gaat het op zoek naar geschikte STRATEGISCHE DOELSTELLINGEN, om uiteindelijk concreet te worden via OPERATIONELE DOELSTELLINGEN. Wanneer het in onderstaande tekst dan gaat over ‘netwerk’ of ‘beweging’, kan dit slaan op diverse kleinere en grotere netwerken. Dé beweging al sglobaal overkoepelend netwerk, is tot nu toe een ideaalconstructie.
Laten we er nu aan beginnen. Met een open mind en zonder nostalgie. Ter inspiratie.
MISSIE (‘moeder waarom leven wij?’):
In de vorige bladzijden werden onze ideeën op een mogelijke missie en visie eigenlijk al besproken. Een mogelijke missie voor een anarchglobalistische netwerk zou kunnen luiden: ‘Het pad effenen voor het bewerkstelligen van een betere wereld , met zoveel mogelijk vrijheid, waarheid, rechtvaardigheid en schoonheid. Een solidaire en milieuvriendelijke wereld, waar ieder individu op zijn/haar creatieve manier aan zelfverwerkelijking kan doen.‘ Misschien wenst de anarchglobalistische beweging zich uiteindelijk wel op te heffen, gesteld dat haar missie ooit helemaal en globaal bereikt is?
VISIE (‘hoe?’) & WAARDEN
Mogelijke stelling: ‘Het anarchglobalistisch netwerk wenst deze missie te vervolmaken, met volharding en geloof, zo lang als nodig is, vanuit een pluralistische en basisdemocratische ingesteldheid en een radikaal streven naar waarheid en actieve geweldloosheid, en met een liefdevol respect voor mens, dier en natuur. Zij streeft er niet naar om macht te verwerven, maar om in eerste instantie, door ondersteuning van allerhande netwerken op alle mogelijke niveaus en rond alle mogelijke deelgebieden, open communicatie mogelijk te maken, en zo de weg naar echte basisdemocratie te bereiken, die, op een zo lokaal mogelijk niveau de uitwassen van onrecht en uibuiting kan bestrijden en doen verdwijnen. Deze groeifase zal uiteindelijk uitmonden in een betere wereld voor iedereen.’
MOGELIJKE STRATEGIEËN
Hieronder staan een zevental mogelijke hoofd strategieën vermeld, vaak met deelstrategieën. Waarschijnlijk kunnen er nog meer worden opgesomd.
Dé globale anarchglobalistische beweging bestaat (nog) niet, maar intussen kunnen anarchglobalistische netwerken op alle mogelijke niveaus, en rond alle mogelijke thema’s, dergelijk model aanschouwen, zich herkennen in enkele van de strategiekeuzes (toegepast op hun lokale en bovenlokale niveau, en rond hun eigen ‘issues’), en hierover communiceren via allerhande for a en media.
Dit model is uiteraard ook maar een didactische ‘tool’, dat voor ieder anarchistische geïnspireerd netwerk afzonderlijk aangepast, aangevuld en herschreven dient te worden.
Strategie 1: Het overbrengen van onze anarchglobalistische visie – sensibilisering
Aan de contacten met de buitenwereld is nog heel wat werk te verrichten. Deels ingegeven door het comfort te blijven werken en communiceren onder gelijkgestemden, in sommige gevallen ondersteund door een afkeer, woede of misprijzende houding ten opzichte van de koude, kapitalistische buitenwereld, wordt er relatief weinig energie gestoken in het verlagen van drempels voor aarzelend-nieuwsgierig geïnteresseerden. Een anarchistisch loket, hoor ik u denken? Soyons pratique : dat hoeft echt niet ingewikkeld en theoretisch te zijn. De ervaringen van het Lappersfront spreken boekdelen : boswandelingen voor families met kindjes... Laagdrempelige activiteiten : een film is ook zoiets.
Een voordeel ten opzichte van vroeger wordt ons geboden door de nieuwe communicatiemiddelen. Ongebreideld het internet gaan ophemelen gaan we hier niet doen. Het is anderzijds wel zo dat de verschillende delen van een netwerkstructuur nu iets langere “communicatietentakels” hebben. Velen leren elkaar kennen via het internet. Het duurt dan in de meeste gevallen nog wel even alvorens daaruit nieuwe contacten in vivo ontwikkeld worden. Indymedia is de afgelopen twee jaar een extra nuttige agora geworden, waarop verschillend nieuwe banden worden gesmeed. Eens men elkaar in levende lijve heeft ontmoet, helpt het internet opnieuw om die opgebouwde contacten tussen individuen die vaak een paar honderd kilometer van elkaar verwijderd zijn, te onderhouden.
Het ‘Aida-principe’ (zie kader), kan ons leren om in onze externe boodschappen onszelf enkele didactische vragen op te leggen. Maken we onze boodschap wel duidelijk genoeg naar de (verschillende delen) van de buitenwereld toe? Niet dat die boodschap altijd helemaal uitgeschreven dient te zijn. Sommige projecten of axies, bijvoorbeeld de beruchte ikziejegraag-adbusting-campagne vorig jaar, willen ook wel eens een ‘gevoel’ delen, een kollektief als Pink&Green communiceert graag via ‘andersrealistische’ sferen en beelden. Tweede vraag hierbij: wat verwachten we eigenlijk van hen die onze boodschap krijgen? Draait het om het verstrekken van informatie, het oproepen tot axie, het werven van leden-activisten (zie strategie 2), het financieren van onze werking, het aansturen op samenwerking (of confrontatie), het verbreden van het kritisch (zelf)bewustzijn (‘denk zelf!’),…?
Het gebruiken van de ‘Reclamematrix’ (zie kader), kan ons doen stilstaan bij de vraag: wie willen wij eigenlijk allemaal bereiken, en hoe doen we dat het best (keuze van beschikbare media)? Mogelijke doelgroepen, al naargelang de missie van ieder netwerk afzonderlijk, zijn bijvoorbeeld: geïnformeerde en niet-geïnformeerde jongeren, mensen uit het buurtnetwerk, politici, journalisten, boze buren, opgetrommelde politiemensen tijdens axies, cyberjunks, voorbijgangers aan een optocht, ouders van axievoerders, mensen uit de vakbondswereld, kerkfabriek, enz . De aanwezige media om de boodschap over te brengen, kunnen ook zeer divers zijn: face to face, email, gsm, flyer, website, radio, tv-interview, videovoorstelling, groepsgesprek, tijdschriftje, cartoon, een symbolische of directe actie. En vaak zijn het toch weer de ‘toevallige’ ontmoetingen, die een netwerk in staat stellen om te groeien.
Een discussie waar de beweging nog lang niet uit is, is de vraag: ‘is the medium (part of) the message? Kan men een vredesboodschap verdedigen door het gebruik van geweld, kan je op een niet-ecologische manier strijden voor milieubehoud, kun je de waarheid verdedigen door te liegen, onrecht bestrijden maar je eigen handelingen niet onderzoeken? Natuurlijk ligt het allemaal zo simpel niet. Maar al te vaak zijn hier linken te vinden met het moeizame zoeken naar een overkoepelende ‘visie en waarden’ . Een visie kan immers zeker en vast invloed hebben in het kiezen van verschillende communicatiestrategieën.
Wat met het vragen, gebruiken van de mainstream pers? Dit heeft pro’s en contra’s, de meesten onder ons welbekend. Netwerken met een goed persbeleid slagen er vaak in om grote doelgroepen tegelijk te bereiken, maar hebben meestal maar weinig vat op de boodschap die de journalist er uiteindelijk uit zal distilleren. Ook de reflex om ‘mediageniek’ over te komen, mag zeker niet ten koste gaan van het uiteindelijke doel van bepaalde axies of projecten.
Blijft de droom van zoveel mogelijk eigen media op te zetten. De Nar is hier zo’n voorbeeld van. E-mailinglijsten worden ook steeds omvangrijker en effectiever. De recente aanpassingen aan de www. anachie.be-website zijn heel belangrijk en dragen enorm veel bij tot informatie-uitwisseling.
Strategie 2: De groep(en) activisten motiveren en doen groeien
Spread the vibes! Think globally and locally, act locally and globally.
Het is belangrijk om voor een groeiende beweging te kiezen, niet bij de pakken te blijven zitten, en actief in de praktijk op zoek te gaan naar nieuwe manieren om nog meer mensen te betrekken, en - niet te vergeten - goede ervaringen uit het verleden opnieuw toe te passen en te verstevigen.
Een beweging hoeft haar groei zeker niet voortdurend op straat te manifesteren. Het wordt zelfs dringend tijd dat weer wordt afgestapt van de ‘mode’ van de massademonstraties. Deze kunnen bij momenten een enorme symbolische betekenis hebben en een ‘golf’ van solidariteit duidelijk maken, maar herbergen ook heel wat gevaren. Het gevaar op infiltratie en provocatie tijdens anarchglobilistische massademonstraties wordt steeds groter, met alle mogelijke gevolgen voor de persoonlijke veiligheid, en voor de sensibilisering van de buitenwereld. Het is ook niet gemakkelijk om op frequente basis de medewerkers van het netwerk aan te spreken om een reisje naar hier of daar te maken om mee te lopen in de zoveelste demonstratie. Kleinere axies en projecten zorgen vaak voor een intenser engagement van de activisten, maar met een grotere persoonlijke voldoening. En wanneer deze kleinere initiatieven een goed persbeleid uitwerken, met sterke en radicale ‘beelden’ werken, of bijvoorbeeld met andere kleine groepen een simultane actie uitvoeren, dan kan dat een sterke boodschap verspreiden.
Eén van de te koesteren rijkdommen in de anarchistische beweging is de aandacht voor zorg. Zorgen voor elkaar is een heel belangrijk onderdeel van een counterbeweging. Alles wat het kapitalisme niet in zich heeft , kunnen wij met verve ontwikkelen. Gelegenheden en ruimten om voor elkaar te zorgen maken daarvan deel uit. Buurtnetwerken, volkskeukens, kraakpanden als toevluchtsoord voor rebelse jongeren, daklozen, thuislozen en verschoppelingen. Het enorm belang van ondersteunende groepen zoals Food Not Bombs en Kokkerellen. Een lekker kommetje soep maakt een koude, natte Bomspotting des te geslaagder.
Wie zich vrijwillig inzet wenst gerespecteerd en gewaardeerd te worden. Jongeren vandaag de dag zetten zich niet zomaar in in de eerste de beste beweging; vaak willen ze zelf bepalen waar hun engagement uit bestaat, qua inhoud, intensiteit en termijn, en willen ze ook dat het hen ‘iets’ opbrengt: persoonlijke voldoening, zelfverwerkelijking, toffe contacten,…. Op de totale en kritiekloze zelfopoffering van de slaafse vrijwilliger, kunnen vandaag de dag in Vlaanderen enkel nog een handvol stalinistische groupuscules wat rekenen (we rekenen de reformistische Getuigen van Jehovah hier niet bij). Maar naar ’t schijnt is dit laatstvernoemde type robot-vrijwilliger vliegensvlug aan het uitsterven.
Wat de meeste netwerken nog al te vaak uit het oog verliezen, is dat ze hun vrijwilligers geen voldoende informatie en vormingskansen aanbieden. Het is bijvoorbeeld absurd om te dromen van een uitgebouwde netwerkstructuur als verschillende medewerkers geen clue hebben van de bestaansreden van het netwerk, of als de moderator van een deelvergadering niks van vergadertechnieken kent.
Strategie 3: Het ondersteunen van allerhande anarchglobalistische axies en projecten
Zowel op lokaal als bovenlokaal niveau is het ons inziens zeer belangrijk om, al dan niet permanent, aanwezig te zijn in de buurt, in het straatbeeld, in de (lokale en bovenlokale) pers, in de dromen en gedachten van zoveel mogelijk mensen. Via axies, projecten, kraakpanden, ontmoetingen, maar ook via openbare slogans, adbusting, straat-acts, door kleding, gedrag en conversaties.
Bepaalde netwerken kunnen zich onder meer specialiseren in het logistiek ondersteunen van allerhande axies en projecten . Bijvoorbeeld door het inleggen van bussen, het regelen van slaapplaatsen, het aanbieden van vergadermogelijkheden en ontmoetingsruimtes, het zorgen voor veganistische broodjes, het opzetten van infopunten en anarchistische bibs, het uitlenen van axiemateriaal, het drukken van promomateriaal, enz
Er kunnen ook allerhande vormings- en informatie mogelijkheden voor activisten worden gecreëerd. Bijvoorbeeld via axiekampen, folders, cyberartikels, tijdschriften, enz. De meest interessante vorm zijn de DIY-tools: ‘give a man a fish, and he’ll eat for a day, teach a man to fish, and he’ll eat forever’. Deze tools leggen axievoerder uit hoe zij autonoom, zonder centrale sturing, allerhande axies en projecten kunnen opzetten. Belangrijk hierbij is opnieuw de didactische overweging: een DIY-tekst of -vorming moet eenvoudig uitgelegd kunnen worden, en gemakkelijk uit te voeren, liefst opgebouwd in stappen. Nog al te vaak gaan ‘ervaren rotten’ ervan uit dat iedereen evenveel voorkennis heeft. Informatie die niet goed gecommuniceerd wordt, doet mensen zeer vlug hun aandacht en interesse verliezen.
Strategie 4: Het streven naar ‘onhervormbare hervormingen’
Deze strategie wordt maar al te vaak uit het oog verloren, alhoewel zij eigenlijk een eerste manifestatie kan zijn van een rechtvaardiger wereld, en, mits goed aangepakt, op sympathie kan rekenen van een meerderheid van burgers, die deze waardige strijd enkel maar ‘logisch’ kunnen vinden.
Bovenstaande term verwijst naar een citaat, opgepikt uit de vorige Nar, van Wispy Cockles, in een vertaling van Filip VDB:
“Terwijl we ons expliciet antikapitalistisch en anti-autoritair moeten opstellen, moeten we ons bezighouden met strijden die concreet de tekortkomingen van de kapitalistische marktplaats illustreren en terzelfdertijd het leven van mensen binnen dit systeem draaglijker te maken.(…) In het proces van de strijd voor universele huisvesting zou een beweging die simultaan de beperkingen van het kapitalisme om te voorzien in dagelijkse behoeften illustreert als effectief ontruimingen tegen kan houden, ervoor zorgen dat veel mensen goedkope of gratis huisvesting krijgen.’
Strategie 5: Het stimuleren van netwerkvorming en goede interne communicatie
Het is zaak voortdurende aandacht te besteden aan het uitbouwen van alle wenselijke samenwerkingsverbanden met andere groepen. Dit is iets dat voortdurend onderhouden dient te worden, een handje geholpen door het internet en liefst bestaande uit contacten in vivo. Want het is niet omdat je het niet eens bent met bepaalde standpunten van een affiniteitsgroep, dat je daarom per se elk mogelijk contact of samenwerking op andere punten met die groep moet gaan uitsluiten.
Het feit dat er netwerken bestaan waarbinnen een coherente actievorm kan ontstaan, zegt nog niets over de linken met andere individuen of groepen. In de realiteit is er sowieso al een cross-over van individuen die deel uitmaken van verschillende affiniteitsgroepen tegelijk. Het zijn in eerste instantie die ‘toevallige’ linken die het samenwerken tussen groepen mee veroorzaken.
Websites zijn een belangrijk communicatiemiddel geworden, zowel intern als extern. Mensen van buitenaf kunnen rustig de tijd nemen om de standpunten, de visies van een bepaalde actiegroep te leren kennen. Het is tevens laagdrempelig. Als er een agenda met activiteiten staat vermeld, kunnen deze mensen een stapje verder gaan (zie ook het AIDA-principe). Het uitbouwen en het up-to-date houden van websites is dan ook belangrijk in onze communicatie met de buitenwereld toe.
Een website zal er over het algemeen pas komen als de affiniteitsgroep stevig op zijn poten staat. Links op websites zijn tevens belangrijk en vertellen iets over de banden met andere organisaties..
Op meer lokaal niveau kan het zeker de moeite lonen om niet enkel samen te werken met duidelijk anarchistisch geprofileerde groepen, maar in de eigenste buurt ook op zoek te gaan naar (netwerken van) mensen die mee kunnen werken met je eigen groepsdoelstellingen: een lokale bakker of straathoekwerker of jeugdhuis of hanggroepje jongeren,… Samenwerkingen kunnen ook anarchistisch geïnspireerd zijn zonder altijd zo benoemd te moeten worden.
Binnen de affiniteitsgroep zelf tenslotte, dient de communicatie ook zo optimaal mogelijk te verlopen. Hoe meer goede en efficiënte communicatie, hoe beter de afspraken, het vertrouwen, de bereikte resultaten. En da’s niet altijd evident.
Iemand als Leary onderscheidde binnen iedere groep bijvoorbeeld tien min of meer duidelijke posities, in een model met twee tegenpolige lijnen: een lijn gaande van leidinggevend tot ondergeschikt gedrag, en een lijn van samenwerkend tot tegenwerkend gedrag. Iedere positie heeft bepaalde ego-voordelen voor het subject dat zich hierin bevindt, en kan zowel positief als negatief uitdraaien voor het groepsproces.. Een subject kan ook switchen van positie (wat soms meer of net minder conflicten veroorzaakt). Een minimaal inzicht in groepsdynamica is onontbeerlijk wil men onder meer vermijden dat goedbedoelde vergaderstructuren of zgn ‘democratische’ besluitvormen steeds opnieuw gedomineerd worden door een minderheid tegenwerkende of verdeeldheid zaaiende ‘grote bekken’. Met als gevolg maar al te vaak het verlies van motivatie of verdwijnen van goedmenende medewerkers.
Een belangrijke barrière voor de dictatuur van enkele ‘grote bekken’, is het hanteren van enkele basisdemocratische vergadertechnieken. De ‘talking stick’ (een spreekstok die op het eind van de vergadering rondgaat en waarbij iedere aanwezige effe zijn zegje doet) heeft zijn nut al ettelijke malen bewezen, het geven van aantal afgesproken verbale en non-verbale tekenen op vergaderingen (‘afronden’, ‘je draaft door’, ‘ik ben niet meer mee’, ‘akkoord’, ‘niet rond de pot draaien‘, ‘mag ik het woord?’, enz) kan ons heel wat saaie en nutteloze vergaderuren schelen, en het stelselmatig beknopt verslagnemen en dit verslag consequent opvolgen en laten goedkeuren op de volgende vergadering, is dan misschien wel heel confronterend voor zij ‘die veel beloven maar niks doen’, maar tegelijk heel efficiënt voor de werking van je netwerk.
Strategie 6: Het opnemen van een vertegenwoordigersrol?
Hoe kunnen wij de invloed van onze groepen en netwerken laten gelden? Namens wie, op welke niveaus en rond welke topics kunnen wij spreken? Wat kunnen wij eisen? Tegenover wie willen wij gesprekspartner zijn? Wij wensen hier niet diep in te gaan op deze bekende discussies. Enkel dit: wij zien minder tegenargumenten wanneer het om lokale initiatieven gaat, en wanneer de strijdthema’s van de groep zeer beperkt zijn. Hoe groter en breder de beweging, hoe groter het gevaar op interne breuken, het opgeven van diversiteit , wanneer men te vlug zich laat verleiden tot vertegenwoordigingswerk, en van daaruit, tot het formuleren van eisen, het uitwerken van de ‘missie’, zonder dat er nog voldoende feedback komt van de ‘basis’, zonder dat er nog echt consensus bestaat.
Maar het inbinden van de oorspronkelijke radicaliteit, het meer neigen naar het reformisme, zijn vaak inherent verbonden aan het kiezen van diepgaand overleg met andere maatschappelijke geledingen. In ieder geval niet echt weggelegd voor de meeste anarchisten.
Strategie 7: Het verbreden van de invloedssfeer via de klassieke politieke structuren?
Deze discussie stelt zich niet echt binnen de anarchistische scene; dergelijke strategie wordt immers resoluut afgewezen. Andere delen van de andersglobalistische beweging zitten echter middenin de discussie. De argumenten pro en contra zijn bekend. Stemresultaten kunnen het ‘gewicht’ van bepaalde drukkingsgroepen enorm vergroten (of verkleinen), als ‘zweeppartij’ kunnen zij andere partijen ertoe aanzetten hun strijdpunten over te nemen, via de politiek kunnen ze , voor hun doelgroep, eng of breed, medezeggenschap opeisen. Een mooi voorbeeld hiervan is de bekendmaking van de Arabisch-Europese Liga, om zich in 2003 verkiesbaar te stellen in Vlaanderen, en de discussies op Indymedia om dit initiatief al dan niet mede te ondertekenen.
Maar ook als anarchisten zelf geen politieke partij wensen op te richten, stelt zich bij hen de vraag: stem je mee of niet? Ook bepaalde anarchisten kunnen bij bepaalde belangrijke verkiezingen ervoor kiezen om , in plaats van hun oproepingsbrief te verscheuren of blanco te stemmen, alsnog hun stem (strategisch) uit te brengen voor een niet-anarchistische politicus of partij.
OPERATIONELE DOELSTELLINGEN
Per strategische (deel)doelstelling zijn heel wat operationele doelstellingen te formuleren, afhankelijk van de beschikbare TIJD, GELD, MENSEN, MIDDELEN en MEDIA. Ieder netwerk kan zich bezighouden met bepaalde deelaspecten, nieuwe strategieën formuleren en uitvoeren.
Per netwerk en doelstelling is er geregelde planning, evaluatie en eventuele bijsturing nodig. Er dient in de mate van het mogelijke gezocht te worden naar nog effectievere en efficiëntere strategieën, zonder oogkleppen en zonder taboes. En hopelijk ooit vanuit een gemeenschappelijke missie en visie.
Er lijkt ons in ieder geval genoeg werk aan de winkel strategieën mee uit te denken en operationeel te maken. En genoeg ‘DoItYourself tools’ aan te maken en te verfijnen. Een kleine greep uit de knowhow die we aan het verzamelen zijn: tools rond geweldloze directe axies, tools rond het omgaan met ordehandhavers (en het stimuleren van muiterij), rond het in de war schoppen van ficheren en repressie en rond het vermijden van infiltratie, provocatie en geweldescalatie , tools rond een betere interne communicatie en rond basisdemocratische en efficiënte discussie- en vergadertechnieken, tools rond het opbouwen van een buurtnetwerk, rond een laagdrempelig houden en onderhouden van een kraakpand en rond het opzetten van een anarchistisch cyberdiscussieforum, tools rond een goed persbeleid en het organiseren van mediagenieke axies, rond het tegenwerken van propaganda zonder zelf te vervallen in propaganda, en tenslotte, last but not least, DIY-tools rond het uitwerken van een basisdemocratische en effectieve afwasbeurtregeling.
EPILEERSTUKJE
Dit artikel kan misschien interessant zijn om lezers een beeld van een mogelijk ‘bigger picture’ te tonen, om de communicatie en wederzijds begrip te verbeteren, om samenwerking te stimuleren, om de basiswerking eens te evalueren, enz... Het zou echter maar al te spijtig zijn als we hierdoor onze eigen dromen uit het oog verliezen of de visie achter onze handelingen op den duur niet meer snappen, of toevallige ontmoetingen en samenwerkingsmogelijkheden beginnen te negeren, of niet meer dynamisch kunnen reageren op onvoorziene omstandigheden, ... We blijven immers altijd een organische groeiend netwerk, vol verrassende vormen, plaats- en tijdstipafhankelijk. En alle autonome netwerken tesamen, bepalen de ‘biggest picture’, dé anarchglobalistische beweging. Die nooit te vatten zal zijn in woorden of plannen.
vraagje
door koekske
Friday, May. 09, 2008 at 9:14 AM
|
Ik ken communisten, trostkisten, anarchisten en nog wat andere isten, op zich allemaal fijne mensen mr o wee als het gaat over hun strekking ;-)
Wat ik niet snap is waarom men blijft steken in die woorden en ideeën, Plato's Staat is al 2000 jaar oud mr als die isten 150-200 jaar, alsof daarvoor er niets was en ik vind dat maf...
't Zal misschien wel iets te maken te hebben met de nood aan groepsidentificatie? En een soort religieus gevoel van fundamentalisme wellicht. Subcommandante Marcos tracht met de Zapatisten wel een mooie synthese te vormen tussen verschillende -ismen. Hij beweert onder meer dat communisten steeds vast zitten in het idee 'to TAKE power', en dat de anarchisten doodsbang zijn van power en die ten allen tijde willen ontkrachten, terwijl beide strekkingen er onbewust van uitgaan dat 'to take power' de enige manier is om een samenleving te doen draaien. De Zapatisten zeggen resoluut: "We don't want to TAKE power, but we want to EXERCISE it", het uitoefenen dus, zonder te vervallen in de oude machtspatronen, en met voldoende evenwichten om machtsgeile linkse potentaten geen kans te geven. Tot nu toe lijkt hun systeem te werken, zij het op kleine schaal. Marcos refereert hierbij zelf naar de oude Grieken.
|