Tussen 7 en 11 januari 2008 vindt het proces tegen Álex, Juan en Rodrigo plaats, vals beschuldigd van het verwonden van een politieagent (die nog altijd in coma is), en nu bijna twee jaar opgesloten in afwachting van hun proces. Ze riskeren 11 jaar gevangenis en een boete van 520.000 euro. Sinds die 4de februari van 2006 hebben ze een hele lijdensweg moeten doorstaan (foltering, gevangenis, ...), in een rechtsgang die zelfs Amnesty International uitdrukkelijk aanklaagde...
 cartel4f.jpg, image/jpeg, 293x414
VRIJHEID VOOR ALEX, JUAN EN RODRIGO! EEN TWEE JAAR DURENDE 4 FEBRUARI.
Tussen 7 en 11 januari 2008 vindt het proces tegen Álex, Juan en Rodrigo plaats, vals beschuldigd van het verwonden van een politieagent (die nog altijd in coma is), en nu bijna twee jaar opgesloten in afwachting van hun proces. Sinds die 4de februari van 2006 hebben ze een hele lijdensweg moeten doorstaan: folteringen, de gevangenis, verandering van de officiële versies van de feiten, de opkuis van de bewijzen op de plaats van de feiten, de bedreigingen van de rechter aan de ooggetuigen, het feit dat de wetenschappelijke experten die hen vrijpleiten genegeerd worden, en nog zoveel meer onregelmatigheden. Daarbovenop worden ze geconfronteerd met een strafeis van 520.000 euro, 11 jaar gevangenis voor ieder van hen en tussen 4 en 8 jaar voor de 6 andere beschuldigden. (zie ook berichten in “Uitbraak”, nrs 3 en 4)
Een rechtsgang die zo gecorrumpeerd is dat zelfs Amnesty International zijn bezorgdheid heeft geuit over het gebrek aan onpartijdigheid en het gebruik van marteling in deze rechtszaak. Op 15 november ll. presenteerde Amnesty International zijn rapport 2007 over foltering in Spanje waarin de zaak 4F (over Alex, Juan en Rodrigo), naast andere schandalige zaken, speciaal wordt vermeld. Tijdens de presentatie van het rapport in Barcelona stelden de vertegenwoordigers van Amnesty duidelijk: "De Spaanse autoriteiten moeten ophouden het bestaan van foltering en andere mishandelingen door politieagenten te ontkennen. Zolang de overheid geen effectieve maatregelen neemt om de beschuldigingen te onderzoeken en de verantwoordelijken van de folteringen en andere mishandelingen voor het gerecht te brengen, zullen de politieagenten boven de wet staan en zal het klimaat van straffeloosheid zich blijven uitbreiden. […] Daarenboven klagen wij aan dat personen die politieagenten beschuldigen vaak tegen- beschuldigd worden van “aanslag op de autoriteit of laster en eerroof" en uiteindelijk kunnen veroordeeld worden, omdat de Politie "uitgebreide discrete machten” heeft die er toe leiden dat het juridisch systeem uiteindelijk het slachtoffer criminaliseert. In zijn rapport merkt Amnesty International op: “Deze praktijk werd erkend door leden van verschillende politiediensten, ondervraagd door Amnesty International, die het bestaan toegaven van de automatische gewoonte om dergelijke beschuldigingen te presenteren als eigen verdedigingstactiek om zich te beschermen tegen beschuldigingen van agressie en illegale opsluiting.” En voegt er aan toe: “In de meerderheid van de gevallen worden geen disciplinaire sancties opgelegd aan de personen die worden beschuldigd van het toebrengen van de mishandelingen, en in vele gevallen worden de strafrechtelijke vooronderzoeken vroegtijdig beëindigd, waardoor de agenten niet voor de rechter kwamen. In één van de weinige zaken waar het gerecht een agent schuldig aan foltering bevond, werd deze later bevorderd tot politiechef van zijn zone.”
Al deze voorbeelden illustreren perfect de zaak 4F. Hoewel aanvankelijk de rechter, Carmen Martínez García, besloot om de twee rechtszaken te scheiden: enerzijds de zaak van de foltering, anderzijds de aanklacht tegen Álex, Rodrigo, Juan en de 6 andere gearresteerden, besliste “Doña Carmen” in het begin van juli de zaak van de folteringen te klasseren, met het argument dat “het feit dat ze in staat van beschuldiging zijn (verwijzend naar Rodrigo, Álex en Juan) voor een ernstig delict maakt het compleet ongeloofwaardig”. Nochtans geeft ze toe dat op het moment van het eerste verhoor het duidelijk te zien was dat de jongens ernstige verwondingen vertoonden over het hele gezicht en lichaam…
In dit verband stipt het rapport van Amnesty over de zaak 4F nog aan dat: “Hoewel de aanklagers de beschuldigingen van mishandeling indienen op hetzelfde moment dat de beschuldigingen tegen hen (de verwondingen toegebracht aan de agent) geformuleerd worden, bij dezelfde onderzoeksrechter en onder controle van dezelfde rechter, vertoont de snelheid waarmee beide zaken onderzocht werden grote verschillen. De onderzoeksfase van de zaak van moordpoging werd afgerond in juni 2006, en in september 2007 was de zaak klaar voor de rechtszaak. Daarentegen werd er tot januari 2007 niemand gevorderd om te getuigen over de beschuldigingen van mishandeling. De onderzoeksrechter vroeg geen informatie aan de betrokken politieagenten tot 12 maart 2007, meer dan een jaar na de feiten. Vertegenwoordigers van de dienst interne aangelegenheden van de Mossos d’Esquadra (Catalaanse politie) verklaarden aan een delegatie van Amnesty International in juni 2007 dat er geen enkel intern onderzoek naar het incident was geopend. De advocaten van de aanklagers vroegen de rechter om een confrontatie te organiseren om de agenten die vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor de mishandelingen te identificeren. Pas op 18 juli 2007 (bijna 18 maanden na het incident) beval de rechter dat Rodrigo Lanza een gefotokopieerd vel papier zou bekijken, een A4-tje, met 20 foto’s van politieagenten, in klein formaat, oud en in zwart-wit, waarop hij dan de verantwoordelijke agenten zou moeten herkennen, inclusief de agent die hem van vanachter had geslagen. Achteraf, eind juli, beval de onderzoeksrechter dan de seponering en klassering van de drie aanklachten voor mishandeling.”
Vandaag de dag, terwijl Álex, Rodrigo en Juan ons vergezellen vanuit hun respectievelijke cellen, blijft de rechtbank vele van de bewijzen van de verdediging negeren, zoals de verklaring van Joan Clos, om duidelijk te maken waar de eerste officiële versie vandaan komt, die bevestigt dat de agent getroffen werd door een bloembak uit een gebouw dat eigendom is van de stad. De rechtbank beweert dat het getuigenis van Joan Clos irrelevant is omdat “de burgemeester geen getuige van de feiten was”. Hoe kan het dat men het getuigenis van de ex-burgemeester van Barcelona niet accepteert, maar wel toelaat dat het stadsbestuur van Barcelona optreedt als specifieke eiser tegen de gedetineerden? Zou dit niets te maken hebben met het feit dat het Barcelonese stadsbestuur eigenaar is en was van het gebouw waaruit de bloembak werd gegooid die de politieagent verwondde?*
We hebben niets gemeen met het stadsbestuur van Barcelona behalve één zaak: als het hen niet kan schelen wie echt de politie verwond heeft, dan ons evenmin, wat ons wel kan schelen is dat drie van onze kameraden opgesloten zijn omwille van hun uiterlijk, en dat deze zaak gebruikt wordt als excuus om de politierepressie in Catalonië op te voren en, bijvoorbeeld, wetten zoals die van de “desalojo express” (“onmiddellijke ontruiming”) door te voeren.
Voor ons is het nog steeds 4 februari 2006. En het is daarom dat deze zaak niet alleen Amnesty International verontwaardigt, zij verontwaardigt allen die de waarheid kennen. Als de regering negeert wat Amnesty International haar zegt, als de rechters buigen voor de druk van de regering, als de grote media verbergen wat er aan de hand is, dan blijft er ons enkel de straat over. Op 22 december zullen we het centrum van Barcelona bezetten en tot wanneer de uitspraak valt, of de dag dat Álex, Rodrigo en Juan weer bij ons zijn, zal de waarheid de straten overspoelen, op iedere muur van iedere wijk verschijnen, en in ieders bewustzijn van iedere persoon die zich niet wil laten bedriegen.
Vandaag en tot ze weer bij ons zijn, blijven we roepen:
Vrijheid voor Rodrigo, Álex en Juan!!!
(*ter verduidelijking: het gebouw waarvan hier sprake is het kraakpand “Anarko Penya”. Aanvankelijk werd gezegd dat de politieagent getroffen werd door een bloembak die naar beneden werd gegooid vanop één van de balkons van het gebouw. De beschuldigden werden echter op straat gearresteerd, de officiële versie onderging dan een aantal wijzigingen tot de versie die tot vandaag wordt voorgehouden: het heet nu dat de agent werd getroffen door een steen en dat de beschuldigden van op de straat met stenen gooiden met de bedoeling te doden… Over het pand “Anarko Penya” zelf: het gaat hier meer om een op een mafia-gelijkende business dan om een politiek, “anarko” kraakpand; het gebouw werd al enige jaren gecontroleerd door twee of drie individuen die het gebruikten om grote commerciële raves voor eigen profijt in te organiseren. Deze individuen hadden geen contact met de politieke krakers. Ondanks deze maffia-lijkende praktijken, of misschien precies omwille van deze kapitalistische praktijken, had het stadsbestuur al bijna vier jaar de ogen gesloten voor de vele klachten van de buren die de buik vol hadden van de constante problemen veroorzaakt door de raves. Het komt het stadsbestuur nu goed uit dat hun eigen passiviteit hen nu toelaat het politieke deel van de Barcelonese kraakbeweging te criminaliseren!...)
Je kan de gevangenen schrijven:
RODRIGO LANZA HUIDOBRO C.P de Jóvenes calle Padre Manjón, 2 08033 Barcelona
JUAN PINTOS GARRIDO C.P de Jóvenes calle Padre Manjón, 2 08033 Barcelona
ALEX CISTERNAS AMESTICA Apartado de correos 20 08080 Barcelona
Financiële steun: LA CAIXA 2100-3002-01-2105267123 BIC/SWIFT: CAIXESBBXXX IBAN: ES66 Oficina: Plaza Sant Pere, 4 08003 Barcelona, Spain
http://www.karcelona.revolt.org
 pimg0411.jpg, image/jpeg, 423x317
|